Tsunami in Japan zorgde voor ongeziene migratie van zeedieren

De tsunami die volgde op de zware zeebeving voor kust van Japan in 2011 zorgde ervoor dat honderden soorten kleine zeedieren voor het eerste de Grote Oceaan overstaken. 

Dat schrijven Amerikaanse wetenschappers in een nieuwe studie in het tijdschrift Science.

Op 11 maart 2011 deed zich voor de noordoostkust van Japan een zeebeving voor met een kracht van 9,0 op de schaal van Richter, gevolgd door een tsunami. We kennen de vloedgolf vooral als de veroorzaker van de problemen met de kerncentrale in Fukushima, maar nu blijkt de beving ook een grote invloed hebben gehad op de verspreiding van zeedieren door de Grote Oceaan.

Volgens onderzoekers zorgde die vloedgolf ervoor dat veel soorten zeedieren die normaal gesproken vooral in de buurt van de Japanse kust leven, voor- en op de kust van Noord-Amerika terechtkwamen. 

 

Wrakstukken

Het zou gaan om minstens 289 diersoorten - voornamelijk vissen en ongewervelde dieren als mossels, zeeanemonen en krabben - die in een periode van zes jaar werden waargenomen. De organismen lieten zich in de meeste gevallen duizenden kilometers meedrijven met wrakstukken en andere objecten die dezelfde route aflegden. De eerste wrakstukken spoelden bijna anderhalf jaar na de natuurramp aan voor de westkust van Canada en de VS.

Toen al was duidelijk dat veel zeedieren mee waren gereisd met het materiaal, maar nu pas blijkt de omvang van de immense diermigratie duidelijk. Volgens de auteurs van de studie is het nog niet duidelijk hoeveel van de soorten daadwerkelijk goed gedijen in de Noord-Amerikaanse wateren, en in hoeverre ze concurrentie ondervinden van gevestigde species.