Sepia al vroeg terug in Oosterschelde

De eerste sepia's dit jaar in de Oosterschelde zijn uitzonderlijk vroeg.

Meestal wordt de eerste zeekat, zoals de sepia ook wel wordt genoemd, pas in de loop van mei gespot. Door de zachte winter en het vroege voorjaar zijn de tienarmige inktvissen dit seizoen al eerder teruggekeerd in hun paaigebied.

Als de Oosterschelde de perfecte temperatuur voor de sepia's heeft bereikt, zo'n 12 graden Celsius, komen de zeekatten weer massaal naar de Oosterschelde toe. Ze zijn hier om te paren, hun eieren af te zetten en te verzorgen, én om er uiteindelijk te sterven. Op verschillende plekken hebben natuurbeschermers takken in de bodem gezet. In deze tentjes kunnen de vrouwtjes hun eitjes afzetten, iets wat soms wel een hele dag kan duren. Ondertussen beschermt het mannetje zijn vrouwtje tegen de voortplantingsdrang van concurrerende mannetjes. Wanneer de twee- tot driehonderd eitjes zijn afgezet, trekt het mannetje terug naar warmer water. Het vrouwtje sterft meestal vrij snel nadat ze de eitjes heeft gelegd.

Na ongeveer acht weken komen de eieren uit, waarna de ongeveer één centimeter kleine diertjes een beschut plekje in het zand zoeken om verder te groeien. Daarna trekken ze naar open zee.

Voor veel sportduikers is de komst van de sepia's het startschot en meteen ook het hoogtepunt van het duikseizoen. De sepia's hebben tijdens de paring een prachtige kleur, waardoor het een spectaculair gezicht is om deze beesten van dichtbij te zien.

Foto: NOB